Roving reporter HouseofChaos is weer op pad geweest, dit keer om in eigen land een klein juweeltje te bezoeken op 6 november 2016, in gezelschap van echtgenoot SpouseofChaos, haar moeder MouseofChaos_ en haar schoonvader Kees. (Ik weet het, raar gezelschap…)
In het Ardeense dorpje La Gleize kom je zomaar een Königstiger tegen op straat…

Er zit natuurlijk een verhaal aan vast, en houdt verband met de befaamde “Battle of the Bulge” oftewel het laatste Ardennenoffensief van de Duitsers in december 1944.
Alle aandacht gaat daarbij altijd naar Bastogne waar de Amerikaanse soldaten omsingeld waren door Duitse troepen maar dat was niet de enige plek waar er gevochten werd. Bij La Gleize liep het Eerste SS Panzer Regiment “Leibstandarte Adolf Hitler” onder leiding van de Obersturmbahnführer Jochen Peiper vast toen het trachtte door te stoten naar Luik. Daar kregen ze enkele Amerikaanse divisies zoals de 3e Armored Division, de 30e Infantry Division en de paratroepen van de elite 82e Airborne Division tegenover zich. Op Kerstavond ’44, na een bikkelharde strijd in en rond dit dorpje, moesten de 800 overgebleven strijdkrachten van Peiper zich terugtrekken en 135 stukgeschoten voertuigen achterlaten. Peiper slaagde er uiteindelijk in om 36 uur later, na een helse voettocht van 20 kilometer bij vriestemperaturen door besneeuwde weilanden en bossen, met 770 man de Duitse linies te bereiken. De gangbare theorie is dat de Duitsers mede door deze gebeurtenis hun offensief verloren.
Verschillende poppen met uniformen (gevonden of door veteranen afgestaan) staan opgesteld tussen de vitrines met voorwerpen. SS tanker in uniform, Amerikaanse soldaat met gedropte rantsoenpakketten.
Tijdens de Amerikaanse beschietingen gingen niet alleen de plaatselijke bewoners in de crypte van de kerk en de kelders van de huizen rond deze kerk schuilen, maar ook de Duitse troepen en hun Amerikaanse krijgsgevangenen. Hierdoor werden er zeer veel voorwerpen achtergelaten die door de bevolking later gevonden en bijgehouden werden. Zij worden nu in dit museum bewaard, prachtig uitgestald in de kamers van twee huizen (de oude pastorie waar gewonden werden verzorgd en het huis ernaast) aan het kerkplein die met elkaar verbonden staan.
Opgegraven en teruggevonden uitrustingsstukken, Duits medisch materiaal.
Het museum werd opgericht door twee mannen: Philippe Gillain en Gérard Grégoire. Gillain is een verwoed verzamelaar van Tweede Wereldoorlog-voorwerpen die in de jaren ’60 een ware schat aan voorwerpen en uniformen aantrof bij de mensen van la Gleize. Grégoire heeft als kind de gevechten in La Gleize meegemaakt en stelde zich tot levensdoel om deze geschiedenis voor het nageslacht te bewaren door middel van een boek en daarna door met Gillain samen te werken aan de oprichting van een museum. Zij organiseerden eerst tijdelijke tentoonstellingen maar in 1989 konden ze een museum inrichten. In 2012 zochten en vonden de 2 mannen opvolgers die het museum in 2013 verbouwden en moderniseerden. Er werd ook samengewerkt met Mathieu Steffens van het Baugnez 44 Historical Center en Michel de Trez van het D-Day Paratroopers Historical Center om de collectie op punt te stellen. Het museum is door veel veteranen en nabestaanden bezocht geweest.
Gereedschap en stukken, een granaat in zijn oorspronkelijke verpakking.
Pronkstuk van de collectie is natuurlijk De Tank. De Königstiger met nummer 213 is de enige tank in Europa die te bezichtigen is vlakbij de plaats waar ze werd uitgeschakeld, want dat gebeurde eigenlijk bij de boerderij van Werimont. Samen met Tiger 221 en een Panzer IV tank werd Tiger 213, oorspronkelijk gecommandeerd door SS Unterscharführer Franz Faustmann maar ergens in december ’44 als commandantstank in gebruik genomen door SS Obersturmführer Helmut Dollinger, ingezet als verdediging bij de boerderij van Werimont vlakbij La Gleize. Op 21 december 1944 vielen de Amerikaanse tanks van Task Force McGeorge en Task Force Lovelady van de 3e Armored Division la Gleize aan. Dollinger in tank 213 en Georg Hantusch in tank 221 probeerden een groep van 15 Amerikaanse tanks tegen te houden maar slaagden daar niet in. De Amerikanen hadden meer succes en beschadigden de loop van Dollinger’s tank die gewond raakte aan zijn hoofd en in de kelder van de boerderij ging schuilen toen zijn Kampfgruppe zich terugtrok uit La Gleize. Na de oorlog kwamen de troepen alle militaire voertuigen ophalen om te laten slopen maar Jenny Geenen-Dewez, echtgenote van de plaatselijke waard, kon het wrak van de 213 voor een fles cognac ruilen. Het werd daarna naar het kerkplein van La Gleize verplaatst waar men de tank probeerde op te knappen door een stuk van de loop van het 7,5 cm kanon van een Panther tank eraan te lassen. Omdat de mondingsrem van beide voertuigen sterk op elkaar lijken en de lassers hun werk goed hebben gedaan is het verschil nauwelijks te zien en ziet de restauratie er geloofwaardig uit.
SpouseofChaos wijst aan waar de stukken loop aan elkaar werden gelast. Je ziet heel vaag de lasnaad.
Vandaag de dag staat Königstiger 213 nog steeds op het Kerkplein van La Gleize en lijkt mijmerend uit te kijken over de vallei waar zoveel en hard gevochten werd door haar zusters en zijzelf.

Uw reporter heeft de Bengaalse tijger geaaid. Let op de inslaggaten: “That one bounced !”
Bronnen:
De website van het museum: http://www.december44.com/nl/geschiedenis.htm
Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tiger_II
Dit artikel verscheen eerder op deze website.
