Bezocht: op 30 april 2016
Adres: Sholokhovo Village 89A, 141052 Marfino Post Office, Mytischi District, Moscow Region, Russia.
Het museum is gevestigd aan de 37ste km van de Dmitrovskoye snelweg. Hun website in het Engels is hier: http://www.museum-t-34.ru/en/index.php
We waren oorspronkelijk van plan om naar het tankmuseum in Kubinka te gaan, om de MAUS te bezoeken, maar onze Russische vrienden maakten ons duidelijk dat er in de buurt van Moskou ook nog een ander -kleiner- museum was dat geheel aan de T-34 gewijd is. Natuurlijk moesten we daarheen !

We vertrokken met een lijnbus in Moskou en stapten vlakbij het museum uit. Het zag er maar klein uit maar… wat een collectie !!!
Buiten stond er een line-up op ons te wachten om van te watertanden:

Vladja, een van onze Russische vrienden.
Een groot bord toonde de namen en silhouetten van de verschillende tanks die daar geparkeerd stonden. De tekst vertaalt ruwweg als: “vaders en kinderen uit dezelfde rang”.

De inkom is heel klein en de mensen die er werken spreken alleen Russisch maar Mark en Vladja, onze vrienden, konden voor ons vertalen, Een vriendelijke en enthousiaste oudere man ging onze gids zijn. We betaalden onze entree, wat helemaal niet zoveel was, ik betaalde ook met een glimlach de 100 roebeltjes om mijn fototoestel binnen te mogen gebruiken en ik kocht na het bezoek ook nog een souvenirtje (een koelkastmagneet) want het museum verdient elke financiële gift die het kan krijgen.
Dan begonnen we op de gelijkvloers met het ontstaan van de T-34. Eerst een overzicht van de evolutie van de tanks:


Deze foto’s spreken voor zich mag ik aannemen. 😉 Hieronder dan enkele teruggevonden stukjes van Nikolai Lebedenko’s tank met grote wielen en Vasily Mendeleyev’s ontwerp voor de eerste ultra-zware tank.
De evolutie van de tanks in Rusland begon eveneens tijdens de Eerste Wereldoorlog en ze ontwikkelden hun eigen doctrines qua bouw, bepantsering en bewapening. De Bystrokhodny tank ofwel “snelle tank” was een reeks van lichte tanks die tussen 1932 en 1941 geproduceerd werden. Ze werden al snel door de tankers liefkozend Betka (van de afkorting BT) of ook wel Betushka genoemd. Deze reeks waren de voorvaderen van de T-34 die vanaf 1940 alle lichte, medium en infanterietanks in de Soviet-Unie ging vervangen.

A.O. Firsov werd in december 1931 het hoofd van het Ontwikkelingsbureau dat de BT’s ging maken. De ingenieurs probeerden onder zijn leiding de beste tanks te ontwikkelen, hun prototypes werden aan allerlei tests ontworpen, en ze keken ook naar wat er in het buitenland gebeurde…Ze waren er ook niet vies van om te luisteren naar de tankers zelf die allerlei verbeteringen voorstelden, zoals ene N. F. Tziganov. E. A. Kulchitsky, hoofd tank tester, trainde niet alleen bemanningsleden maar was zelf een uitmuntende bestuurder en bewees dat een tank kon vliegen. (Eventjes toch,,,) Hij gebruikte een BT-7 om over een meertje te springen.
Firsov viel in 1936 helaas ten prooi aan de zuiveringen, werd o.a. verdacht van sabotage aan de versnellingsbakken van de BT-7 en ontslagen, hij werd in 1937 gearresteerd en vervolgens geëxecuteerd.

“Overwinning en moeite”:

De jonge ingenieur Michail I. Kosjkin begon in 1937 met het ontwikkelen van de tank T-32 die wij uiteindelijk gingen kennen als de T-34. Hij vond vooral een beter pantser belangrijk en de veel doch niet alle generaals (vooral zij die al ervaring hadden opgedaan in Spanje) gaven aan deze tank de voorkeur om die reden. Hoewel de legerleiding aanvankelijk deze tank in 1938 afwees wegens te duur en niet volgens oorspronkelijke specificaties luisterde Stalin liever naar de mannen met ervaring. Na veldproeven in 1939 bleek deze tank veel beter dan de andere kandidaat en gaf de legerleiding officieel de voorkeur voor de T-32. De tank werd door Kosjkin herdoopt naar T-34 ter ere van het “Plan van 1934” (het plan voor verdere mechanisering). De belangrijkste test voor de nieuwe tank was een rit van zo’n 2000 km van Charkov naar Moskou en terug naar Charkov met 2 prototypes van de T-34. Vertrokken werd er in Charkov op 5 maart 1940 en ondanks de bittere kou en sneeuw aangekomen in Moskou op 17 maart. De terugreis op 2 april 1940 aangevat en terug in Charkov op 10 april. Onderweg werden er nog talrijke gebreken vastgesteld èn verbeterd. Deze enorme rit bewees wel hoe bewegelijk, degelijk èn duurzaam de tank was.

Kosjkin zelf overleed jammer genoeg op 26 september 1940, als gevolg van een longontsteking opgelopen tijdens deze testrit. Zijn opvolger werd N.A. Kucherenko. Samen met collega Aleksandr Morozow, die een van de succesvolste tankontwerpers ooit zou worden, kregen hij en Kosjkin (postuum) de 1ste graad Stalinprijs in 1942. “voor het ontwerpen van een nieuw type medium tank”.

De tracks:

Moet er nog iemand een passertje hebben ?

Onze gids, ik heb helaas zijn naam niet kunnen onthouden, was een zeer gedreven verteller en legde ons van alles over deze tank uit tot in de kleinste details. Met zijn aanwijsstok bracht hij diverse interessante punten onder onze aandacht. Dit schaalmodel van de tank werd uitvoerig aan onze onderzoekende blik aangeboden en becommentarieerd.

Dat Mark heel de tijd moest tolken heeft ons er niet van weerhouden om de goede man grondig uit te vragen. Hij bleek aangenaam verrast door onze honger naar kennis, zelfs mijn moedertje van 73 lentes had tal van vragen en opmerkingen, en de gids genoot er evenveel van als wijzelf. Zo hoort een museumbezoek te zijn !
De bouwtekening van de T-34:

De wielen, en hoe ze ineen steken:

Hoe de bemanning in de machine opeengepakt zit en waar de motor en de munitieopslag zijn:

De commandant was tevens de schutter en de lader stond op de dozen waarin de munitie opgeslagen werd, met een rubberen matje erboven. Er was plaats voor slechts 9 granaten binnen handbereik in de koepel, daarna moest de lader het matje opzij duwen, de dozen openen en daar granaten uit tillen. Pas de T-34-85 kreeg een betere koepel waar 3 man in kon functioneren. Vooral de Amerikanen begrepen maar niet hoe men de tankers erin wist te lepelen want in de winter met hun dikke schapenvachtjassen kon dat toch niet mogelijk zijn ? Het kon.
Het kloppend hart van het beestje, de motor !

De Kharkov dieselfabriek nummer 75 produceerde deze model V-2-34 38.8 liter V12 dieselmotor dat zo’n 500 KP (of 370 kW) kon uitbraken. Het kon een topsnelheid van 53 km/u halen en met de Christie-ophanging en een slappe rupsband kon deze tank zelfs in de beruchte “Rasputitsa” (het modderseizoen in voor- en najaar) mobiel blijven. De brandstoftank kon afhankelijk van het model 460 tot 810 liter bevatten.
Hier zie je de dikte van het pantser, een dwarsdoorsnede van de neus, die 45 mm dik is maar door de hoek tot 90 mm oploopt:

Dit stalen pantser (MZ-2 graad) werd ontwikkeld door de ingenieurs van de Mariupol Zware Machinebouwfabriek.
De gids legde natuurlijk ook het verloop van de oorlog uit, zoals de invasie door de Duitsers op 22 juni 1941:

En een van de vele maquettes die ze hebben toont hoe fabrieken geëvacueerd werden, de koffer is ook een souvenir van de evacuatie:

De tekst zegt letterlijk “geëvacueerde koffer”. 🙂 Deze maquette toont specifiek de evacuatie van de Kharkov werken nummer 183. De eerste trein vertrok in september 1941 en werd gevolgd door 40 andere. Ze gingen naar Nizhny Tagil in de Oeral. Dat stadje kreeg 5 geëvacueerde fabrieken te slikken !
Het was enorm belangrijk voor de Russische industrie dat ze hun machines en productie-capaciteit konden blijven gebruiken en de propaganda legde dan ook de nadruk op “Oeral vooraan” en “meer metaal – meer wapens!”.

Metaal was natuurlijk niet alleen belangrijk voor de tanks maar ook voor hun munitie, zoals je hier enkele voorbeelden ziet van granaten:

In de kapot gebombardeerde fabrieken ging de productie gewoon door… in winterkou of zomerhitte…

En er diende niet alleen voort geproduceerd te worden maar ook verder ontwikkeld !

Het stopte niet bij de T34, zie je, er werd voortgeborduurd op de kennis die op de slagvelden werd opgedaan en men bouwde groter, sterker, beter bewapend. Want de vijand zat ook niet stil en de geallieerden (die men toch maar met een scheef oog bekeek want ideologisch gezien òòk vijand) liet zich ook niet onbetuigd op wapenwedloopvlak. Vooral de tanks van Groot-Brittanië en de USA bezorgden de Russen nachtmerries. Ze kregen er uitgeleend (de Churchill III bijvoorbeeld en ze leenden ook enkele T-34’s uit aan de geallieerden) dus ze zagen goed wat de anderen deden.
Einde van DEEL I. Er komt nog een DEEL II.
Daarin gaan we kijken naar de opleiding van de tankers en een korte uitleg over een dame die ik zeer bewonder, Lyudmila Ivanova Kalinina , daarna gaan we door naar de eerste verdieping met uitleg over de Slag om Lobnya waar de Duitse inval gestopt werd op 6 december 1941, wat uitleg over het leven van de tankers, en hoe de Russen hun T-34 elders in de wereld lieten opereren.

Een gedachte over “T-34 History Museum in Rusland (deel 1)”